A. Verhouding tot andere wetgeving
Verhouding tot andere wetgeving Artikel 1.4 Ow geeft de verhouding weer tot andere wetgeving. De Ow is niet van toepassing op onderwerpen met betrekking tot de fysieke leefomgeving of onderdelen daarvan, die bij of krachtens een andere wet uitputtend zijn geregeld, tenzij uit die bepalingen van deze wet anders blijkt. Met andere woorden, de Ow […]
Verhouding tot andere wetgeving
Artikel 1.4 Ow geeft de verhouding weer tot andere wetgeving. De Ow is niet van toepassing op onderwerpen met betrekking tot de fysieke leefomgeving of onderdelen daarvan, die bij of krachtens een andere wet uitputtend zijn geregeld, tenzij uit die bepalingen van deze wet anders blijkt.
Met andere woorden, de Ow is niet van toepassing op onderwerpen die exclusief geregeld zijn in een wet die niet meegaat in de Ow. Die wet blijft dus solitair bestaan.
De verordeningen die gebaseerd zijn op een wet die straks geen onderdeel vormt van de Ow, kunnen echter wel met de doelstelling van de Ow, dus de fysieke leefomgeving, te maken hebben.
In de gevallen dat er geen verplichting is om die bepalingen in het omgevingsplan op te nemen, moet door de gemeente goed afgewogen worden of het wel wenselijk is om die bepalingen deels in de verordening te laten staan en deels in het nieuwe omgevingsplan op te nemen. Dat is namelijk niet bevorderlijk voor de leesbaarheid en juridische samenhang tussen bepalingen. In dat geval is het beter om de verordening intact te laten en die bepalingen niet mee te nemen naar het nieuwe omgevingsplan.
Stel jezelf altijd de vraag: wat is de doelstelling van de verordening? Waarom is die betreffende regel opgenomen? Wat wordt er geregeld? Gaat het om handhaving van de openbare orde? Milieu?
Doel van regels: vergeet niet dat een algemeen doel is van regels om duidelijkheid te bieden over een onderwerp. Het moet geen doel op zich zijn om ze mee te nemen naar het nieuwe omgevingsplan. Het omgevingsplan moet werkbaar zijn en geen uitpuilend plan, ook al zie je dit fysiek niet.